Introductie        Jehebt een of meer datacenters in eigen beheer of je hebt je eigen infrastructuurondergebracht in een extern datacenter. Je hebt te maken met aflopendecontracten of met verouderde hardware. Een goed moment om dedatacenterstrategie herzien.

 Cloudzou hierbij (een deel van) de oplossing kunnen zijn. Echter, een eventueletransitie naar de cloud kan meerdere jaren in beslag nemen en bovendien sluitcloud het hebben van een eigen datacenter zeker niet uit. Dus, los van deeventuele cloudambities kunnen er allerlei redenen zijn om op korte termijn teinvesteren in een eigen datacenterinfrastructuur, namelijk: §   Er komen projecten aan die om capaciteit vragen,maar de capaciteit van de infrastructuur is volledig benut; §   De performance van jehuidige infrastructuur is onvoldoende; §   De leverancier kondigt end-of-life of end-of – support aan; §   De gebruikte rackspace iste groot en de kosten van het datacenter zijn te hoog. Alsje nu (2018) zou moeten kiezen voor een nieuwe datacenterinfrastructuur, kun jenaast de traditionele infrastructuur op basis van servers, een Storage Area Network en een Storage Array, ook kiezen voor een converged, hyper-converged of composableinfrastructuur.

 Wijkrijgen regelmatig vragen van partners om mee te denken over de kant die men opzou moeten bij de keuze voor een nieuwe infrastructuur. Dit whitepaper biedt onzepartners inzichten om het maken van die keuze en het omgaan met de uitdagingendie daarbij spelen makkelijker te maken.        Leeswijzer Inhoofdstuk 2 wordt toegelicht wat de verschillende oplossingen inhouden en watde onderlinge verschillen zijn.

Hoofdstuk 3 geeft de toepassing van deverschillende oplossingen en hoofdstuk 4 helpt bij het kiezen voor de juisteoplossing. Tot slot staan in hoofdstuk 5 enkele uitdagingen die belangrijkkunnen zijn bij de uiteindelijke keuze.                                                                                                                                                                                          2.

Welke opties zijn er?        Traditioneleinfrastructuur Inde traditionele aanpak zou je servers en een SAN kopen en dus zelf jeinfrastructuur samenstellen met oplossingen van verschillende leveranciers.Elke laag heeft daarbij eigen managementsoftware. Dit wordt ook wel de best ofbreed infrastructuur genoemd. Je kiest immers voor de meest geschikte hardware op het gebied van compute, networkingen storage.

 Wat isconverged infrastructuur? Deletterlijke vertaling van convergedinfrastructuur (hierna CI) is een infrastructuur die samenkomt (convergeert) inéén punt. In het geval van CI wordt bedoeld dat compute, networking, storage in één unit geïntegreerd wordt, dieeen minimale grootte heeft van een datacenter rack. Tevens wordt bedoeld dat eroplossingen van meerdere leveranciers samen komen in één unit. Zo’n unit isreeds af-fabriek geassembleerd en getest. Eenandere kenmerk van CI is dat je end-to-endsupport krijgt. Dit voorkomt vingerwijzen tussen de verschillende leveranciers.

Deze support houdt ook in dat de gehele unit gelijktijdig wordt voorzien van delaatste software. De gehele unit wordt beheerd met één managementtool die kanintegreren met de managementsoftware van de hypervisor.        Wat is hyperconverged infrastructuur? Eenhyper converged infrastructuurbestaat uit appliances waarin compute,networking en storage zijningebouwd in een unit ter grootte van enkele rackeenheden. HCI betekent in depraktijk dat appliances wordengebouwd waarbij commodity-hardware wordt gebruikt en waarbij (flash) storage,networking en virtualisatietechnieken worden geïntegreerd.

De appliance wordtbeheerd met een managementsoftware die kan integreren met de managementsoftwarevan de hypervisor. Wat iscomposable infrastructuur? Deessentie van dit nieuwe concept is dat IT-capaciteit binnen enkele secondenautomatisch kan worden bij- of afgeschakeld. De kern van een composable infrastructuur bestaat uit hyper converged hardware waar softwareaan toegevoegd is.

Omdat compute, storage of networking via software zijnbij- of af te schalen is er sprakevan een Software Defined Infrastructure. Hardwarematig geziengebruikt composable dezelfde soortappliances als hyper converged. Daar waar hyper converged bedoeld is voor ééntoepassing, namelijk het draaien van een hypervisor, is composable bedoeld ommeerdere toepassingen tegelijk te draaien op dezelfde infrastructuur. Eenvoorbeeld daarvan is het gelijktijdig kunnen draaien van een hypervisor ensoftwarecontainers.                                 De fundamenteleverschillen Integenstelling tot converged infrastructuur, wordt er bij hyper convergedinfrastructuur geen gebruik gemaakt van een aparte fysieke Storage Array, maarvan de individuele disks in de appliances die samen met behulp van software toteen virtuele Storage Array worden gevormd. Dit wordt ook wel Software DefinedStorage genoemd.

 Enhoe verschilt composable dan weer van converged of hyper-converged? Composableinfrastructuur wordt door leveranciers gepositioneerd als het beste van allewerelden. De gehele infrastructuur, dus compute,networking en storage, kanaangestuurd worden via een API. DezeAPI is aanspreekbaar vanuit de     Misschienwel meest onderbelichte verschil ontstaat wanneer je bij een keuze voor een (hyper)convergedbenadering, ineens gebruik kunt gaan maken van “standaard” op elkaar afgestemdeen met elkaar geteste bouwblokken. Dit in tegenstelling tot een traditionelebenadering, waar je iedere keer opnieuw dezelfde ontwikkelings-en testfase ingaat om alle verschillende onderdelen (compute, networking enstorage) op elkaar afgestemd te krijgen.             hypervisor(of direct vanuit je bare metal OS)en zorgt ervoor dat de resources zoals processoren, networking en storage alshardware aanspreekbaar zijn om bijvoorbeeld legacy applicaties te latendraaien.

 Een API (Application ProgrammingInterface) is een ingang tot het systeem voor andere systemen. Als tweesystemen met elkaar moeten communiceren, gebruikt het systeem een API om hetandere systeem aan te spreken.    3.De overwegingen        Hoe nu verder? Investerenin traditionele (verouderde) technologie is niet verstandig wanneer het gaat omvervanging van de bestaande infrastructuur. Investeren in een van de nieuweinfrastructuren is wel verstandig wanneer je gebruik wilt maken van modernetechnologieën op het gebied van databeschikbaarheid en schaalbaarheid. Maar hoekies je nu de juiste infrastructuur. Om de juiste keuze te kunnen maken moet jede use cases (toepassingen) weten vande verschillende infrastructuren. 1.

Beschikbaarhouden van data Alser hoge eisen gesteld worden aan de beschikbaarheid van de data zoals zero (of near-zero) data loss, dan is het van belang dat datareplicatie overmeerdere locaties synchroon plaatsvindt. In een converged infrastructuur wordtdeze datareplicatie (en compressie en de-duplicatie) binnen het storage arraygeregeld. Dat maakt een converged infrastructuur uitermate geschikt voorbedrijfkritische (24×7) omgevingen.

 Omdater bij hyper converged geen storage array is dat functies uitvoert zoalsreplicatie, compressie en de-duplicatie, moeten deze functionaliteitensoftwarematig worden toegevoegd aan de hyper converged infrastructuur. Ditbetekent dus een extra investering en inspanning voor de beheerders. Detoevoeging van een extra software laag heeft ook invloed op de performance.

 Hyper converged is gericht op hetbeschikbaar houden van virtuele machines. Converged is daarentegen gericht ophet beschikbaar houden van alle data, op block level.        2. Instappen enuitbreiden Alsje wilt starten met een ‘kleinere’ omgeving, zeg met enkele tientallen VirtueleMachines, dan wil je zo klein mogelijk instappen en pas uitbreiden wanneer datnodig is. Dit doe je om de investering zo laag mogelijk te houden en de tijddie nodig is om de infrastructuur in gebruik te nemen zo kort mogelijk tehouden.  Hyperconverged kenmerkt zich doordat je klein kan starten, namelijk met een clustervan drie appliances en per appliance kan uitbreiden, het pay-as-you-grow model. Omdat uitbreiding per appliance gebeurt kunje alleen uitbreiden met een vaste hoeveelheid storage en compute. Alser bijvoorbeeld meer behoefte is aan uitbreiding van storage dan compute danpast een converged infrastructuur daar beter bij omdat compute, networking enstorage los van elkaar uitgebreid kunnen worden.

Overigens zijn er inmiddelsleveranciers dit probleem oplossen door ook die hyper converged appliances televeren waarin alleen storage of compute zit.  3. Hypervisor VMwarevSphere is het meest gebruikte hypervisor-platform en wordt op alleinfrastructuren ondersteunt. Maar als de huidige infrastructuur bijvoorbeeld gestandaardiseerdis op Microsoft Hyper-V dan wil je dat de nieuwe infrastructuur ook Hyper-Vondersteunt. Het is dus belangrijk te onderzoeken welke hypervisor en welkeversies van de hypervisor ondersteund worden.                    4.Schaalbaarheid Als(tijdelijk) extra capaciteit nodig is, dan wil je dat het platform daarinvoorziet: je wilt kunnen op- en afschalen. Converged en hyper convergedverschillen in de manier waarop er op- en afgeschaald kan worden.

 Schaalbaarheid ~ Het vermogen van eensysteem, een netwerk of een proces om een groeiende werklast efficiënt tekunnen verwerken of het vermogen om uit te breiden.  Convergedinfrastructuren zijn uitermate geschikt om verticaal te schalen. Verticaalschalen houdt in dat je een virtuele machine kunt voorzien van meer processorenof meer geheugen.

Hyper converged daarentegen is meer geschikt om horizontaalte schalen. Horizontaal schalen betekent dat je meer van dezelfde virtuelemachines uitrolt waarbij de capaciteit per virtuele machine gelijk blijft. Detotale werklast (workload) wordt bijhorizontaal schalen verdeeld over meerdere virtuele machines. Workload ~ De hoeveelheid werk dieuitgevoerd moet worden binnen een bepaalde periode. In dit geval wordt bedoeldde capaciteit die de applicatie nodig heeft.

          Demanier waarop je kunt schalen wordt enkel bepaald door de applicatie zelf.Zogenaamde cloud-native applicatieskunnen uitermate goed horizontaal schalen. Traditionele applicaties kunnen datmeestal niet en zullen daarom verticaal geschaald moeten worden. Verticaalschalen heeft ook zo zijn beperkingen omdat niet alle applicaties de extraresources zoals processoren en geheugen kunnen benutten. Omdathyper converged ontworpen is om horizontaal te schalen is het minder geschiktvoor monolithische applicaties of de zogenaamde Monster VM’s. Een belangrijk kenmerk is dat hyper-converged zo goedals lineair schaalt zodra er een appliance bijgeplaatst wordt.

 Debelangrijkste verschillen zijn nu bekend. Maar hoe kies je nu de infrastructuurdie het beste past bij jouw use case.                        4. Hoe kies je?        Zoalsin het vorige hoofdstuk al duidelijk is geworden wordt de keuze voor eendatacenterinfrastructuur voornamelijk bepaald door de workload die je erop wilt laten landen, de hypervisor dieondersteund moet worden, hoe je beschikbaarheid van de data op het gewensteniveau kunt realiseren en de mogelijkheden op het gebied van schaalbaarheid. Bepaal deworkload Deeerste stap is het bepalen van de workload. Dit doe je door het applicatielandschapte inventariseren en de applicaties te categoriseren per applicatietype. Bijhet inventariseren van het applicatielandschap herkennen wij grofweg achtapplicatietypes, namelijk: Cloudnative applicaties E-business hosting Generiekebedrijfsapplicaties Enterprise applicaties OntwikkelomgevingBatchcomputing MonsterVM’s VirtueleDesktop Infrastructure        Dekans is zeer groot dat er meerdere applicatietypes aanwezig zijn. In dat gevalwordt meestal het meest dominante applicatietype gebruikt om een keuze temaken.

 Inonderstaand overzicht (figuur 4) zijn de applicatietypes geplaatst bij deverschillende infrastructuren. Op basis van onze ervaring weten we dat voorsommige applicatietypes er eigenlijk maar één keuze is, terwijl er voor andereapplicatietypes meerdere keuzes zijn. Inde overweging van het type infrastructuur wordt dus met name gekeken naar deworkload die erop komt te draaien. Nu je weet welke workload het beste past bijeen bepaalde infrastructuur kun je de andere zaken zoals de mogelijkheden vanschaalbaarheid en het type hypervisor mee gaan nemen in de keuze. Het laatstehoofdstuk geeft daarbij nog enkele uitdagingen die van belang kunnen zijn bijhet maken van de uiteindelijke keuze voor een nieuwe datacenterinfrastructuur.                           5.

Uitdagingen        Demarkt van converged en hyper converged oplossingen is volwassen en zeker deconverged infrastructuren hebben hun betrouwbaarheid en performance laten zien.Maar welke uitdagingen zijn er bij het maken van de keuze voor deinfrastructuur? Verschillendeworkloads Zoalseerder aangegeven bepaalt met name de workload de keuze voor de infrastructuur.Maar wat als het niet eenduidig is welke workload er is? En wat kies je als erverschillende workloads zijn? In onze ervaring is het dan zinvol om op basisvan de meeste dominante workload de keuze te maken.

 Organisatievolwassenheid Hetwerken met converged, hyper-converged en composable infrastructuren vraagt eenhoger kennisniveau van de IT-organisatie dan wat nodig is bij traditioneleinfrastructuren. Naast kennis op het gebied van compute, networking en storage,zal er ook kennis nodig zijn voor zaken zoals back-up, High Availability enDisaster Recovery. Aan de andere kant biedt het werken met deze nieuweinfrastructuren de kans om met cloud technologieën te leren werken in de eigenprivate omgeving. Legacy enfysieke servers Alser nog specifieke applicaties zijn zoals legacy applicaties of hetlicentiemodel van een applicatie vereist een dedicated server dan kies je voor een converged of composableinfrastructuur.

Op deze infrastructuren kun je zowel een hypervisor draaien entegelijkertijd een of meerdere servers exclusief gebruiken voor hetondersteunen van die specifieke applicaties. Containertechnologie Wordter in de al organisatie gekeken naar, of gewerkt met containertechnologie? Eencomposable infrastructuur die via API’s aangesproken kan worden is uitermategeschikt voor cloud native technologieën zoals applicatie-containers.        Ervaring opdoen Eenvoordeel van converged versus hyper-converged is dat er veel converged kennisen ervaring in de markt verkrijgbaar is. Hyper-converged vergt minimaal een proof-of-concept om vast te stellen ofde specifieke workload inderdaad zogoed presteert zoals verwacht wordt. Deze mogelijkheid wordt door deleveranciers vaak aangeboden. Bij converged infrastructuur is deze stap volgensons niet meer nodig. Eénmanagementtool Wilje de gehele infrastructuur kunnen monitoren en beheren met één managementtool?Dit wordt ook wel een Single pane ofglass genoemd.

Voor zowel converged als hyper converged infrastructuren isdeze managementsoftware beschikbaar. De ene fabrikant levert hiervoor zijneigen managementtool, en andere fabrikanten leveren plug-ins om te integreren met de managementsoftware van de hardwareen/of de hypervisor. Het verschil is dat bij converged het beheer meer op hethardware niveau plaatsvindt en bij hyper converged beheer je de infrastructuurmeer op het niveau van virtuele machines. Virtual DesktopInfrastructure (VDI) BijVDI is er sprake van desktopvirtualisatie in het datacenter. Het imagebestandvan een virtuele desktop draait hierbij niet op een lokale computer, maar op deserver. Per desktop wordt er een imagebestand gebruikt, bij een toename van hetaantal desktops neemt de vraag naar capaciteit en performance evenredig toe.

 Doorde manier waarop hyper converged schaalt, namelijk door het toevoegen van compute, networking en storage,neemt de capaciteit en performance steeds (bijna lineair) toe zodra er eenappliance wordt toegevoegd. Je hebt dus geen last van zaken zoals een storagearray dat te weinig performance levert omdat er meer compute dan storage wastoegevoegd. Dit maakt hyper converged uitermate geschikt voor VDI-omgevingen.

x

Hi!
I'm Erica!

Would you like to get a custom essay? How about receiving a customized one?

Check it out